16 kattenweetjes over gedrag, zintuigen en bijzondere gewoontes
Kattenweetjes laten zien hoe bijzonder katten zijn: ze gebruiken hun snorharen om hun omgeving te voelen, kneden met hun pootjes en kunnen ook spinnen als ze niet tevreden zijn. Deze 16 weetjes over katten helpen je om hun gedrag en bijzondere lichaam beter te begrijpen.
Kattenweetjes over opvallend gedrag
1. Een doos kan een veilige schuilplek zijn. Veel katten kruipen graag in een doos. De wanden geven beschutting en vanuit de opening kunnen ze hun omgeving in de gaten houden. Karton houdt ook warmte vast. Toch vindt niet iedere kat dezelfde plek prettig.
2. Kneden begint al bij kittens. Kittens duwen met hun pootjes tegen de buik van hun moeder terwijl ze drinken. Dat stimuleert de melkstroom. Volwassen katten maken soms dezelfde beweging op een deken of schoot. Het kan een teken zijn dat ze zich op hun gemak voelen, al is niet precies bekend waarom ze het blijven doen.
3. Spinnen betekent niet altijd tevredenheid. Een kat kan spinnen terwijl ze ontspannen op je schoot ligt, maar ook bij stress of pijn. Let daarom op de rest van haar gedrag. Een kat die zich verstopt, slecht eet of zich anders gedraagt dan normaal, kan iets mankeren, ook als ze spint.
4. Kopjes geven is ook geur achterlaten. Als een kat met haar kop tegen je hand of been duwt, brengt ze geur uit klieren op haar gezicht over. Dat kan passen bij vriendelijk contact. Hetzelfde doet ze soms tegen meubels of andere katten.
5. Die wilde sprint heeft een naam. Plotseling door de kamer rennen wordt vaak een zoomie genoemd. Zo’n sprintje kan met spel, opwinding of energie kwijt willen te maken hebben. Bij veel katten duurt het maar kort, waarna ze weer rustig gaan zitten.
6. Katten zijn vaak actief rond de schemering. Vooral vroeg in de ochtend en in de avond komen veel katten in beweging. Dat past bij hun jachtgedrag. Hun dagritme hangt ook af van hun omgeving en van wanneer ze eten of aandacht krijgen.
Verrassende weetjes over het lichaam van een kat
7. De voorpoten hebben meestal meer tenen dan de achterpoten. Een kat heeft meestal vijf tenen aan elke voorpoot en vier aan elke achterpoot. De hoger geplaatste teen aan de voorpoot raakt de grond niet tijdens het lopen. Sommige katten worden met extra tenen geboren.
8. Snorharen zijn gevoelige voelorganen. Met hun snorharen nemen katten bewegingen en aanrakingen in hun omgeving waar. Dat helpt bijvoorbeeld bij het bewegen op plekken met weinig licht. Snorharen zijn dus meer dan versiering: knip ze niet af.
9. Katten kunnen goed zien bij weinig licht. Hun ogen zijn aangepast aan schemering. Achter in het oog zit een laag die licht terugkaatst, waardoor kattenogen in het donker kunnen lijken op te lichten. In volledige duisternis kunnen ook katten niet zien.
10. Een kattentong voelt ruw aan. Op de tong zitten kleine, stevige uitsteeksels. Die helpen de kat om haar vacht te verzorgen en losse haren te verwijderen. Tijdens het wassen krijgen katten daardoor ook haren binnen.
11. Katten kunnen hun klauwen intrekken. In rust zijn de scherpe punten daardoor grotendeels beschermd. Bij het klimmen, jagen of krabben komen ze tevoorschijn. Krabben helpt onder meer bij het verzorgen van de nagels en laat zichtbare en geurige sporen achter.
12. De meeste katten zijn lenige springers. Met hun krachtige achterpoten kunnen ze vanuit stilstand op een hogere plek springen. Hoe hoog dat lukt, verschilt per kat. Leeftijd, gezondheid en lichaamsbouw spelen daarbij een rol.
Grappige kattenweetjes die je thuis kunt herkennen
13. Een kat kan op een broodje lijken. Zit je kat met haar voorpoten onder haar lijf gevouwen? Die houding wordt ook wel de broodjeshouding of cat loaf genoemd. Het kan gewoon een comfortabele manier van zitten zijn. Kijk voor de stemming van je kat ook naar haar ogen, oren en de rest van haar lichaam.
14. Graven naast de voerbak komt voor. Sommige katten maken schraapbewegingen rond hun eten, ook als er niets ligt om mee te graven. Dat gedrag kan samenhangen met het verbergen van voedsel. Het betekent niet automatisch dat je kat haar eten niet lekker vindt.
15. Een onverwachte komkommer kan laten schrikken. Op filmpjes springen katten soms op bij het zien van een komkommer. Dat betekent niet dat alle katten bang zijn voor komkommers. Een vreemd voorwerp dat onverwacht achter hen ligt, kan een schrikreactie geven. Je kat expres laten schrikken voor een filmpje is geen goed idee.
16. Een lichtpuntje lokt jachtgedrag uit. Een bewegend stipje op de muur kan interessant zijn omdat het op een kleine, snelle prooi lijkt. Bij een laserpuntje kan de kat het doel niet echt pakken. Wissel zo’n spel daarom af met een speeltje dat ze wel kan grijpen.
Veelgestelde vragen over katten
Hoe zeg je in kattentaal hallo?
Een rustige manier is om op enige afstand langzaam naar een kat te knipperen en haar zelf te laten kiezen of ze dichterbij komt. Steek eventueel rustig je hand uit zodat ze kan snuffelen. Staar haar niet aan en dwing geen contact af.
Hoe laten katten zien dat ze je vertrouwen?
Een kat kan bij je komen liggen, kopjes geven of langzaam knipperen. Sommige katten volgen je door het huis, terwijl andere graag in dezelfde kamer zitten zonder aangeraakt te worden. Wat prettig voelt, verschilt per kat.
Zijn katten solitaire dieren?
Katten jagen meestal alleen, maar zijn niet altijd graag alleen. Ze kunnen een band opbouwen met mensen en met andere katten. Of katten goed samenleven, hangt onder meer af van hun karakter, ervaringen en beschikbare ruimte.
Wat zijn de kenmerken van een kat?
Een huiskat is een vleesetend zoogdier met een lenig lichaam, scherpe tanden, gevoelige snorharen en een sterk jachtinstinct. Een mannetjeskat heet een kater en een jonge kat een kitten.
De leukste kattenweetjes herken je vaak in huis: een lege doos wordt een schuilplek en een deken verandert ineens in iets om met pootjes te kneden.
